Smeerwortel - Symphytum officinale

Inhoudsstoffen

Looistoffen; Choline; Allantoïne (0.8 – 1 %); Etherische oliën; Slijmstoffen; Kiezelzuur; Pyrrolizidine alkaloïden (zie bij gebruik voor bijwerkingen / waarschuwingen)

Informatie

De Smeerwortel is een goedbekende wilde plant uit de familie der ruwbladigen, de Boraginaceae. Deze in heel Europa winterharde vaste plant wordt 50 tot 80 cm hoog, en is volledig overdekt met korte, stugge haartjes. De wortelstok, die medicinaal het meest wordt gebruikt, is vertakt, en de afzonderlijke delen zijn vlezig-vezelig en spoelvormig, zo’n twee centimeter in doorsnede en tot een 25 cm lang. Hun oppervlak is glad en zwart, vlezig en sappig en wit op doorsnede.

De bebladerde stengels, die tot 60 lang kunnen worden, zijn dik en stevig, hoekig en hol op doorsnede. Ze vertakken zich en zijn bedekt met borstelige haartjes. De onderste blaren zijn erg lang, tot 25 à 30 cm, ovaal van vorm en bedekt met haartjes die jeuk kunnen veroorzaken. De bladeren hoger op de stengel zijn aflopend, d.w.z. dat ze gedeeltelijk in de stengel overgaan waarbij een deel van het blad zich voortzet op de steel, lager dan de aanzet van het blad. Ze worden kleiner naarmate ze hogerop groeien. Naar boven toe vertakt de stengel steeds meer, en eindigt tenslotte in een naar één kant gebogen aar van hangende, kortgesteelde bloempjes, die roomgeel of paars van kleur zijn. De bloempjes hangen twee aan twee aan de schicht die de vorm heeft van een schorpioenstaart. De bloemen staan ingeplant aan één kant van de stengel, en lopen in grootte af van de volledig geopende bloemen aan het begin, tot aan de bijna onooglijke knopjes aan het einde. De bloemkroon is eerder buis- dan klokvormig, de kelk vijfdelig gespleten. De vrucht bestaat uit vier blinkende ‘nootjes’, geperforeerd en aangehecht aan het receptaculum aan de basis. Smeerwortel bloeit gedurende het grootste deel van de zomer, en dit vanaf eind april, begin mei.

De smeerwortel verkiest een goede, humusrijke bodem, bij voorkeur zand-lemig en enigszins vochtig, doch goed doorlatend, in zon tot halfschaduw. De plant kan vermeerderd worden door zaad of door scheuren. Zaailingen worden uitgeplant op ongeveer een halve meter onderlinge afstand.

De wortel van de smeerwortel wordt geoogst in voor- of najaar, wanneer zijn gehalte aan allantoïne het hoogst is. Men wacht voor het opgraven tot na het tweede groeijaar van de plant. Na de oogst wordt de wortel in schijfjes
gesneden, of overlangs in repen, en vervolgens bij matige warmte gedroogd.

Zowel de Gewone als de Uplandse Smeerwortel (S. x uplandicum) worden soms gebruikt als groenbemester of als toevoeging aan kompost (vrij hoog kaliumgehalte).


Toepassingen

De Smeerwortel kan pijn verminderen, afvalstoffen afvoeren, heling stimuleren en de doorbloeding verbeteren. Het kruid is van oudsher altijd gebruikt bij diverse E.H.B.O.-klachten. Denk dan aan botbreuken, verstuikingen, kneuzingen en zwellingen. Maar ook bij een hernia, reumatische aandoeningen en spierpijnen werd dankbaar gebruik gemaakt van deze plant. Vroeger werd het kruid overigens ook bij kankergezwellen gebruikt om de pijn te verzachten.
Smeerwortel helpt ook wonden sneller te genezen. Maar dit kan deze wonderplant zo snel, dat eventueel vuil geen tijd krijgt om uit de wond te ontsnappen. Al meerdere keren heb ik gehoord dat mensen die smeerwortelcrème rond open wonden smeerden, daarna een onderhuidse ontsteking kregen. Vandaar dat ik er altijd bij zeg dat je de plant alleen mag gebruiken wanneer de huid dicht is.

Smeerwortel is werkzaam als vulneratief (wondhelendmiddel), slijmvormer, astringens (doet de bloedvaatjes samentrekken) en expectorans (hoestmiddel). Het in de plant aanwezige allantoïne prikkelt beschadigd weefsel tot het vormen van nieuw granulatieweefsel en stimuleert ook de celdeling. Het gebruik van smeerwortel bij allerhande verwondingen en zweren vindt hierin zijn verklaring.

Gebruik

Hoe gebruik je de plant
Er zijn meerdere mogelijkheden. In de wortel zitten de meest krachtige inhoudsstoffen in het voor- en najaar. In de zomer gebruik je het blad hoewel die iets minder krachtig is. Blad en wortel kun je drogen om in de winter te gebruiken:
- Van het blad maak ik altijd een papje: een paar bladeren even koken in weinig water. Fijnmalen met staafmixer en aanmaken met bloem (meel) om het iets dikker te maken. Dit papje smeer ik op een gaasje wat ik op de plek bevestig. Dit zet ik dan vast met pleisters, wikkelverband of met een oud laken in repen gescheurd. Laat het een paar uur zitten voordat je het ververst.
- In de wortel zit een slijmerige gomachtige substantie wat je rechtstreeks op de huid kunt smeren. Of rasp de wortel in stukjes en bevestig dit op de huid met bijvoorbeeld wikkelverband of een gaasje. Laat dit een paar uur zitten voordat je het ververst.
- Gedroogd blad of wortel: de wortel wordt gedroogd keihard en is lastig te verwerken. Snij het daarom in hele kleine stukjes voordat je het droogt en gebruik een koffiemolen om de wortel op het laatste moment tot poeder te vermalen. Maak een papje van gedroogde wortel of gedroogd gemalen blad met bloem en water.
- Kompres: je kunt er voor kiezen om sterke thee te maken van het kruid en hier een doek mee nat te maken. Dit bevestig je op de aangedane plek.

Het is belangrijk de substantie een paar uur te laten zitten. Dan te verversen en dit een paar keer herhalen.

Recept Smeerwortelcrème
Nodig: Kokosolie, Bladeren (zomer) of schoongemaakte wortels (voor- en najaar).

Kokosolie is onder andere verkrijgbaar bij reformzaken en bij de Toko. Ik kies zelf altijd voor de KOUDGEPERSTE biologische kokosolie, deze ruikt naar kokos (wanneer geur uit kokosolie is gehaald kun je er bijna zeker van zijn dat de olie is behandeld met chemicaliën). Kokosolie is hard bij kamertemperatuur en vloeibaar bij warm weer. Vandaar dat zowel de naam olie als crème wordt gebruikt.

Doe de kokosolie samen met zoveel mogelijk bladeren of in stukjes gesneden wortel van de smeerwortel in een grote glazen pot. Zet deze pot in een pan met water. Zorg dat de pot niet om kan vallen. Breng het aan de kook (au bain mari). Zet de pan wanneer hij kookt op het laagste pitje en laat een paar uur pruttelen. Over hoe lang het kruid in de warmte in de olie moet trekken zijn de meningen nogal verdeeld. Dat varieert tussen de 3 en 21 uur. Je hoeft de pan niet aaneengesloten op het vuur te zetten. Je kunt er voor kiezen dagelijks bijvoorbeeld 2 uur te laten pruttelen.
Wanneer het gas uit is, leg er dan een doek overheen zodat het vocht uit de plant wel kan ontsnappen, maar er geen stof in kan vallen. Roer af en toe om met een houten lepel.

Wanneer je denkt dat het klaar is, zeef dan de vloeistof door een fijne zeef of doek. Doe de olie in potjes. De kokosolie gaat vanzelf stollen wanneer het afkoelt en dan is de olie/crème klaar. Zet de potjes in op een koele plek in het donker.
De crème blijft jaren houdbaar, maar de werking van het kruid zal langzaam afnemen. Eventueel kun je er nog een paar druppeltjes etherisch olie aan toevoegen voor de geur. Koop deze dan wel bij een echte natuurdrogist, want anders wordt je misschien afgescheept met een synthetische variant die niet goed is voor de huid.

Smeerwortel wordt hoofdzakelijk uitwendig gebruikt, en dat zowel bij de behandeling van kneuzingen, chronische aandoeningen van gewrichten, als bij ontstoken spataders. Historisch is vooral het gebruik bij botfrakturen bekend.

Zoals vermeld bevordert met name het allantoïne de nieuwvorming van cellen en dat zowel in- als uitwendig. Hierdoor wordt niet alleen de heling van wonden versneld, maar wordt ook overdreven littekenvorming vermeden. Bij diepe wonden is het nochtans aangeraden om erg voorzichtig om te springen met smeerwortel, omdat de uitwendige toepassing van smeerwortel in dat geval kan leiden tot weefselvorming aan de oppervlakte, vooraleer de wonde in de diepte voldoende is genezen. Dit kan vervolgens eventueel leiden tot abscesvorming.

Doch behoudens deze (relatieve) uitzondering kan smeerwortel toegepast worden bij elke uitwendige wonde of verzwering (bv tgv spataderen). Ook bij fracturen kan een locale toepassing van smeerwortel onder vorm van een pleister waardevol zijn.

In het verleden kende smeerwortel ook tal van inwendige toepassingen, die ook kunnen worden afgeleid uit zijn eigenschappen (zie bijwerkingen / waarschuwingen).

Bijwerkingen, waarschuwingen
Sedert enkele jaren wordt in heel wat de landen de verkoop van smeerwortelpreparaten voor inwendig gebruik verboden of aan strenge beperkingen onderworpen. Reden hiervoor is het feit dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat het gebruik van grote hoeveelheden smeerwortel risico’s op leverbeschadiging met zich mee kan brengen.

De pyrrolizidine alkaloïden in de plant zijn inderdaad bewezen hepatotoxisch (giftig voor de lever) bij dieren, en bij de mens is er in elk geval 1 geval beschreven waar smeerwortel wellicht mede oorzaak was van een veno-occlusieve aandoening (aderverstopping) thv de lever na chronisch gebruik. De genoemde alkaloïeden worden nauwelijks opgenomen doorheen de huid.

Het lijkt dus in elk geval zo te zijn dat de ‘giftigheid’ van smeerwortel enigszins overtrokken is. In elk geval is het zo dat de genoemde pyrrolizidine alkaloïden enkel aanwezig zijn in het verse kruid en in de wortel, en niet in het gedroogde kruid. Bovendien lijkt het gehalte vooral hoog in de Symphytum x uplandicum, en niet in de gewone smeerwortel. Toch is het aan te bevelen om uiterst voorzichtig om te springen met het inwendige gebruik van smeerwortelpreparaten, en zeker met het verse kruid (waarbij op te merken valt dat de haartjes in verse toestand ook nog eens erg irriterend kunnen zijn voor de slijmvliezen).