Milieuvriendelijk bladluis 'bestrijden'

Milieuvriendelijk bladluizen 'bestrijden' met oorwormen
Maak in het voorjaar nestplaatsen voor oorwormen.

Sommige fruitsoorten zoals pruimenbomen, kersenbomen en appelbomen zijn erg vatbaar voor aantasting door bladluizen. Op appelbomen komt vaak wollige bloedluis voor. De oorwormen kunen helpen om die plagen onder controle te houden. Met eenvoudige hulpmiddelen zoals bamboebussels en stro-zakjes kan u schuilplaatsen maken voor oorwormen, zodat ze de meeste bladluizen kunnen opruimen. Bespuitingen tegen schadelijke insecten zijn zodoende overbodig of maar beperkt nodig!

Oorwormen zijn heel nuttig om schadelijke parasieten zoals bladluizen, perenbladvlo en wollige bloedluis in uw (fruit)bomen op te ruimen. Oorwormen voeden zich ook met mijten, larven en eieren van appelmade, kommaschildluizen, kleine rupsen en algen. Door oorwormen optimaal in te zetten zijn bespuitingen tegen schadelijke insecten meestal overbodig. Oorwormen overwinteren in de grond, maar zoeken bij warm weer (mei-juni) voedsel en een nieuwe nestplaats. Schuilplaatsen (nestplaatsen) voor oorwormen zijn bamboebussels, zwarte plastiekzakjes met stro, aardewerk-bloempotten met stro en ribkarton in drinkbekertjes. Deze nestplaatsen van worden vanaf april-mei in de "broek van de boom" omhoog gehangen. Dit is de plaats waar de onderste dikke boomtakken vertrekken aan de stam. Als er geen alternatieve schuilplaatsen zijn, dan kunnen oorwormen ook tussen de vruchten gaan verstoppen en nestelen, waarbij soms lichte schil vreterij kan voorkomen. Vanaf september tot april-mei gaan de oorwormen opnieuw in de grond overwinteren.

Potten met stro kunnen op een stok bevestigd worden en tussen de groenten in de moestuin gezet worden.


Stenen potten met stro
Die van vorig jaar nog in de (fruit)bomen hangen kunnen nu gecontroleerd en uit gekuist worden.
Zitten er nog oorwormen in dan laat u die pot maar hangen. Meestal zitten er enkel slakken en pissebedden in die potten en kan u die aan de kippen geven.












Stenen potten opvullen met stro vraagt een beetje handigheid
  1. Leg een kunststoftouw of bindbuis klaar met een lus.

  2. Neem een handsvol stro en maak de lus vast rond dat stro.

  3. Steek het uiteinde van binnenuit door de potopening en trek het busseltje stro in de pot.

  4. Het uiteinde dat door de pot getrokken werd dient om later vast te maken in de boom.


Bussels/ bosjes van stukken bamboestengels (of van riet) maken
  1. Een nuttig winterwerkje (binnenwerkje) is bussels van bamboestengels te maken. Als de weersomstandigheden te slecht zijn om buiten te werken, dan kunnen dergelijke bussels gemaakt worden. Zorg daarom voor een voorraad afgeknipte bamboestengels.

  2. Deze bussels kunnen in april of mei in de fruitbomen omhoog gehangen worden als nestplaats voor de nuttige oorwormen.

  3. Knip met een snoeischaar of takkenschaar bamboestengels af op een lengte van 20-30 cm.
    Zorg dat er holle delen zijn, waarin oorwormen kunnen kruipen. U kan dit bekomen door net voorbij de knopen af te knippen.

  4. Met touw of met bindbuis kan u busseltjes van 10-20 stuks maken.

  5. Probeer altijd op twee plaatsen de bussels bij elkaar te binden. Bij het drogen krimpen de bamboestengels, dus bind ze voldoende stevig bij elkaar.

  6. Voorzie ook een stuk touw of bindbuis waarmee u de bussel later (in april) in de bomen kan hangen.

  7. Behalve oorwormen gaan ook gaasvliegen en lieveheersbeestjes hier overwinteren en beschutting zoeken.



























Aantrekken van oorwormen
Het aantrekken van oorwormen voor de bestrijding van bladluis is een eenvoudig en goedkoop middel.
De oorworm voedt zich met bladluizen, mijten, larven en eieren van insecten en andere parasieten. De oorworm is een uitermate nuttig insect onder meer voor het onder controle houden van bladluisplagen. Oorwormen zijn in het donker actief en overdag verblijven ze in een ‘slaappijpje’ van stro.


Natuurlijk evenwicht in jouw moestuin
Net als in de natuur geldt in de moestuin ook de natuurwet van eten en gegeven worden. Bij een goed natuurlijk evenwicht houden schadelijke en nuttige insecten, vogels en zoogdieren (waaronder muizen en vleermuizen) elkaar in evenwicht. Een voorwaarde is dan wel dat deze diertjes ook voldoende nest- en schuilgelegenheid kunnen vinden. De vogels vinden die vooral in de natuurzone van het Vennengebied in mijn directe omgeving.

De belangrijkste opruimers van plaaginsecten zijn roofinsecten zoals oorwormen, zweefvliegen, gaasvliegen, sluipwespen en lieveheersbeestjes. Lieveheersbeestjes eten bijvoorbeeld luizen, sluipwespen leggen hun eitjes in koolrupsen en vervolgens eten de uitgekomen larven de rupsen op.

Libellen zijn weer gek op muggen. Maar vergeet ook de insectenetende vogels niet zoals de mezensoorten (vooral rupsen) en spreeuwen (vooral slakken en emelten). Ook de vleermuis kan in dit rijtje genoemd worden. Het zijn diertjes die ’s nachts af en aan vliegen om zo veel mogelijk insecten uit de lucht te verorberen.


Andere milieuvriendelijke 'bestrijdings'middelen
  • Brandnetelgier tegen spint of mijt;

  • Brandnetelgier, afrikaantjes, combinatieteelt met wisselbouw tegen de uienvlieg, preivlieg en wortelvlieg;

  • Uitstrooien van houtas, schelpen of eierschalen en ingegraven potjes met wat bier tegen slakken.